*voor een betere ervaring is dit bericht best te lezen via de desktop versie* er is ook een gerelateerd artikel met overlap

De evidence-based geneeskunde over hoge Lp(a) komt hieronder aan bod maar in dit eerste blokje worden invalshoeken gedeeld waarbij elke geïnteresseerde leek (ikzelf ook😁) de witte vlekken herkent die uw protocol-geleid evidence-based huisarts of specialist niet benoemd. Deze zorgverleners zullen het niet hardop delen maar de geneeskunde is A) nog lang niet bij een punt dat Lp(a) en medicatie ter verbetering/onderdrukking van hoge waarden een realiteit is en B) zij delen ook niet – wanneer de patiënt verzuimd ernaar te vragen – dat zelfs bij een introductie van een succesvolle therapie dat leidt naar drastisch lagere waarden Lp(a) … dan doet dit wat met het alreeds (meestal tientallen jaren) opgebouwde atherogene aanzet in aderen? Leidt een doorbreking van bv 120 nmol/L naar 20 nmol/L na zoveel jaren opbouw ook een daadwerkelijke afbouw in? Wordt de plaque mettertijd opgeruimd? Het antwoord is onvolledig omdat de medische wetenschap er op dit punt geen duiding biedt.

waarom de bekende Lp(a) behandeling verdieping behoeft

een onbenoemde olifant in de kamer krijgt nauwelijks aandacht

wat gebeurt er in de lever bij mensen die denken “nou ik gebruik statines of PCSK9 en nu acht ik mezelf redelijk veilig dus kan ik blijven eten en drinken wat ik wil“

waarom bij hoge Lp(a) dan toch jezelf willen reguleren

goede triglyceriden en bloedsuiker niveau’s vanuit gezond vs ongezond metabolisch perspectief

deze behandeling leidt al snel bij patiënten zonder eerste major event tot het gebruik van statines teneinde via LDL-c verlaging om via deze weg CVD events proberen te voorkomen

wat betekent een lage of normale apoB waarde voor risicomanagement via een metabool gezond patroon

er treedt een fundamenteel en biologisch cruciaal verschil op in de manier waarop de lever wordt bejegend en reageert.

Hoewel beide routes succesvol het aantal circulerende apoB-deeltjes in het bloed verlagen, is de interne toestand van de levercel (de hepatocyt) in beide scenario’s elkaars tegenpolen. Kort samengevat: een gezond metabool patroon pakt het probleem aan bij de productie en verwerking, terwijl medicatie bij een ongezond patroon puur stuurt op gedwongen opruiming.

Het verschil in ‘bejegening’ van de lever laat zich medisch als volgt opsplitsen:

Scenario A: Het natuurlijk metabool gezonde patroon

Wanneer je door middel van voeding (weinig snelle suikers/fructose, gezonde onverzadigde vetten) en leefstijl een gezond metabolisme nastreeft, behandel je de lever met “milde rust”.

  • De instroom: De lever krijgt via de poortader weinig vrije vetzuren (omdat er geen sprake is van insulineresistentie of ontstoken buikvet) en weinig overtollige glucose. [1]
  • De productie (VLDL): Omdat er geen overschot aan bouwstoffen is, hoeft de lever niet aan de novo lipogese (vetproductie) te doen. De lever produceert van nature minder en grotere VLDL-deeltjes (de voorlopers van LDL, die elk één apoB bevatten). De aanmaakzijde wordt dus direct afgeremd. [1, 2]
  • De levergezondheid: De lever blijft ‘schoon’. Er hopen zich geen vetten op in de levercellen (geen leververvetting of MASLD). De cellen behouden hun natuurlijke insulinegevoeligheid en metabolische flexibiliteit.
wat betekent in lijn met een hoge LDL-c en daarmee vaak ook een hoge apoB een ongezond metabool patroon

Scenario B: Het ongezonde patroon + Statines of PCSK9-remmers

In dit scenario bejegent de leefstijl de lever met “overbelasting”, terwijl de medicatie de lever dwingt tot “overwerk”.

  • De instroom & productie: Door het ongezonde patroon (veel fructose/koolhydraten en verzadigd vet) wordt de lever constant gebombardeerd met vetzuren en suikers. De lever móét deze verwerken en produceert aan de lopende band een grote hoeveelheid kleine, compacte VLDL-deeltjes (hoge apoB-uitstroom).
  • Het effect van Statines: De statine blokkeert vervolgens kunstmatig de interne cholesterolaanmaak. De levercel raakt hierdoor intern ‘gefrustreerd’ (cholesteroltekort) en wordt genetisch gedwongen om extra LDL-receptoren aan te maken om cholesterol uit het bloed te gaan zuigen.
  • Het effect van PCSK9-remmers: PCSK9 is een eiwit dat normaal gesproken LDL-receptoren afbreekt. Een PCSK9-remmer schakelt dit eiwit uit, waardoor de receptoren op de levercel tot wel 150 keer langer blijven leven en blijven ‘stofzuigen’.
  • De paradoxale toestand van de lever: De lever bevindt zich nu in een spagaat. Aan de binnenkant sluit de lever vetten op die het vanuit de ongezonde voeding niet kwijt kan (risico op leververvetting). Tegelijkertijd wordt de buitenkant van de cel door de medicatie gedwongen om als een hyperactieve stofzuiger continu apoB- en LDL-deeltjes uit het bloed te vissen. [1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8]

Directe vergelijking van de levertoestand

Biologisch aspectNatuurlijk metabool gezondOngezond patroon + Medicatie
ApoB-productie (Instroom)Laag (Lever is in rust)Hoog (Lever produceert aan de lopende band)
ApoB-klaring (Uitstroom)Normaal / EfficiëntExtreem hoog (Gedwongen door receptoren)
Vetopslag in de leverMinimaal (Gezonde, slanke lever)Vaak verhoogd (Risico op vetlever/steatose)
Metabole oorzaakWordt bij de wortel aangepaktWordt gemaskeerd in de bloedbaan
laat je je lever hard elke dag hard werken omdat het biologisch veel deeltjes produceert en via medicatie deze tsunami aan deeltjes geforceerd weer dient te verwijderen

Het eindresultaat in het bloed (een lagere apoB-waarde) kan in beide gevallen hetzelfde zijn, maar de biologische route is totaal anders. Het natuurlijk gezonde patroon zorgt dat de lever minder deeltjes hoeft te maken, terwijl de combinatie van een ongezond patroon met zware medicatie ervoor zorgt dat de lever maximaal deeltjes maakt, om ze er vervolgens geforceerd zelf weer uit te moeten filteren

triglyceriden en bloedsuiker maken de verschillen tussen de twee routes (natuurlijk gezond vs. ongezond met medicatie) nóg duidelijker

Triglyceriden (bloedvetten) en bloedsuiker (glucose/HbA1c) zijn namelijk de directe weerspiegeling van je metabole flexibiliteit. Waar statines en PCSK9-remmers fantastisch zijn in het verlagen van apoB en LDL, doen ze voor je triglyceriden en bloedsuiker helaas heel weinig — en soms werken ze daar zelfs nadelig.

De impact van beide routes op deze twee markers laat zich als volgt opsplitsen:

Route A: Het natuurlijk metabool gezonde patroon

Dit patroon (weinig snelle suikers/fructose, gezonde vetten, voldoende beweging) pakt de biologische wortel van zowel triglyceriden als bloedsuiker aan.

  • Het effect op Triglyceriden (Sterke daling):
    Triglyceriden stijgen vooral door een overschot aan koolhydraten en suikers (fructose). De lever zet dit overschot via de novo lipogese om in triglyceriden en verpakt deze in VLDL-deeltjes (die apoB bevatten). Als je deze instroom via je gedrag minimaliseert, stopt de productie direct. Je triglyceriden-spiegel daalt snel en fors.
  • Het effect op Bloedsuiker (Stabilisatie & Gevoeligheid):
    Doordat de lever en spieren niet constant worden overspoeld met glucose, neemt de insulinegevoeligheid toe. De alvleesklier hoeft minder insuline aan te maken, de nuchtere bloedsuiker stabiliseert en het HbA1c (de gemiddelde bloedsuiker over 3 maanden) daalt naar een optimaal niveau.

Route B: Het ongezonde patroon + Statines of PCSK9-remmers

In deze situatie bestrijden de medicijnen de cholesteroldeeltjes (apoB/LDL), maar ze lossen het onderliggende suiker- en vetprobleem van de leefstijl niet op.

  • Het effect op Triglyceriden (Blijft vaak verhoogd):
    Statines en PCSK9-remmers zijn primair ontworpen om de LDL-receptor op te reguleren. Hoewel ze een milde daling in triglyceriden kunnen geven (omdat VLDL-deeltjes ook deels via deze receptoren worden geklaard), blijft de productie van triglyceriden door de ongezonde voeding maximaal draaien. Het resultaat in het bloed is vaak een “geïsoleerde hypertriglyceridemie”: een prachtig laag LDL/apoB, maar hardnekkig hoge triglyceriden.
  • Het effect op Bloedsuiker (Het “Statine-Diabetes” risico):
    Dit is een belangrijk medisch feit: statines kunnen de bloedsuikerspiegel en het risico dat je type 2 diabetes ontwikkelt licht verhogen.
    • Waarom? Een statine remt niet alleen cholesterol, maar kan in hogere doseringen ook de insuline-afgifte door de alvleesklier en de insulinegevoeligheid van de spieren verminderen.
    • Als daar al een ongezond metabool patroon (insulineresistentie) onder ligt, kan de statine de bloedsuiker en het HbA1c net over de grens naar pre-diabetes of diabetes duwen. (Voor PCSK9-remmers geldt dit risico overigens niet of nauwelijks).

Directe vergelijking van de biomarkers

BiomarkerRoute A: Natuurlijk GezondRoute B: Ongezond + Statine / PCSK9
TriglyceridenSterke daling (minder vetproductie)Vaak verhoogd (leefstijl blijft de lever voeden)
Nuchtere BloedsuikerDaling / Stabilisatie (cellen worden insulinegevoelig)Stijging mogelijk (met name door de statine)
HbA1cOptimaalKan licht stijgen (risico op metabole ontregeling)
Triglyceriden/HDL ratioZeer gunstig (indicatie voor hoge insulinegevoeligheid)Ongunstig (duidt op aanhoudende metabole stress)

De synthese met een gezonde situatie

Bij bloedwaarden (een LDL van 2,85 mmol/L en een opvallend lage apoB van 0,51 g/L) passen perfect bij het profiel van Route A. Dit specifieke patroon van grote, cholesterolrijke deeltjes komt medisch gezien bijna uitsluitend voor bij mensen die een zeer hoge insulinegevoeligheid en een lage triglyceridenspiegel hebben. Die lever hoeft simpelweg geen overschot aan triglyceriden weg te pompen in kleine, gevaarlijke apoB-deeltjes.

Deze bovenstaande punten worden door de evidence-based zorggemeenschap niet gedeeld; hun zorgfunctie is voornamelijk gericht op repareren wat defect is en sturen op risicomanagement om CDV’s te proberen te voorkomen. Echter dat medicatie de lever of alvleesklier in metabole stress-stand zet wegens het ontbreken van prikkels om wijzigingen in voeding te willen aanbrengen (gebrek aan voorlichting) en een overschot aan vet afzet in het orgaan zal velen wellicht aan het denken zetten … althans dat zou de keuze zijn voor hen die inzien dat doorgaan op de weg van met stoom en komend water forcerend 24/7 een ruime overschot aan cholesterolaanmaak in de lever de kop in te drukken via medicatie … of dat nou de weg zou moeten zijn?
Want via apoB en triglyceriden én bloedsuiker zijn allen te sturen op metabool gezonde patronen waarbij dat stoom en kokend water proces van onderdrukking via statines of PCSK9-remmers grotendeels onnodig kan zijn … bv een combinatie van lage ApoB, gunstige ApoA-I en zeer lage triglyceriden dragen over het algemeen bij als risicoverlagend.

Het is belangrijk te beseffen dat verschillende biomarkers atherogene plaque veroorzaken

Hoewel je Lp(a)-waarde zelf niet te beïnvloeden is met voeding of leefstijl, kun je wel veel doen om je hart en bloedvaten te beschermen. Het gaat erom dat je het totale risico verlaagt.

twee biomarkers apo A1 en LDL-c breken plaque-opbouw juist af!

een conceptuele visuele bijdrage van deze verschillende biomarkers aan de totale aderverkalking (plaque-opbouw) in de taartdiagram

Omdat apo A1 / HDL-c een beschermende factor is die plaque-opbouw juist tegenwerkt (omgekeerd cholesteroltransport), is dit in de visualisatie verwerkt als een compenserende, stabiliserende factor binnen de totale metabole vuurlast.

de andere 4 biomarkers hebben ieder apart een eigen aandeel in plaque-opbouw, maar hun rollen zijn fundamenteel verschillend

het cumuleren van plaque in de aderen en het hart zien als een bouwproject van een ongewenst ‘bouwwerk’. De biomarkers die je noemt zijn niet simpelweg losse risicofactoren, maar vervullen elk een specifieke, elkaar versterkende functie in dit biologische proces.

Hieronder staat hoe deze factoren samenwerken om plaque op te bouwen:

1. De Actieve Bouwers (De deeltjes die de wand binnendringen)

  • apoB (De absolute sturende kracht): Dit is de belangrijkste factor. Zonder apoB is er geen aderkalking mogelijk. Elk apoB-molecuul vertegenwoordigt een deeltje dat de vaatwand kan penetreren, daar kan vasthechten (retentie) en de plaque kan starten European Heart Journal.
  • Lp(a) (De ‘interceptor’ met extra schadepotentieel): Dit is een apoB-deeltje met een extra, toxisch eiwit eraan vast (apo(a)). Lp(a) dringt niet alleen de vaatwand binnen, maar veroorzaakt daar door zijn specifieke structuur veel sneller ontstekingen en bevordert de vorming van bloedstolsels (trombose). Het maakt de plaque instabieler.

2. Het Bouwmateriaal (De inhoud)

  • LDL-c (De vracht): LDL-c is de totale hoeveelheid cholesterol die in de apoB-deeltjes zit. Als een apoB-deeltje eenmaal in de vaatwand is vastgelopen en oxideert, is het LDL-cholesterol de vette ‘smurrie’ of het bouwmateriaal dat fysiek de plaque ophoopt en de ader vernauwt.

3. De Katalysatoren (De metabole stressfactoren)

  • Triglyceriden: Hoge triglyceriden zorgen ervoor dat de lever meer apoB-deeltjes gaat produceren en verandert de structuur van LDL-deeltjes. Ze transformeren grote, veilige LDL-deeltjes in kleine, compacte LDL-deeltjes (sdLDL). Deze kleine deeltjes glippen veel makkelijker de vaatwand in en binden sneller aan apoB-receptoren in de wand.
  • Bloedsuiker (Glucose / HbA1c): Chronisch verhoogde suikers beschadigen de binnenlaag van de bloedvaten (het endotheel) via glycatie (versuikering). Hierdoor ontstaan er ‘gaten’ en ontstekingen in de vaatwand, waardoor apoB- en Lp(a)-deeltjes vele malen makkelijker kunnen binnendringen. Daarnaast versuikert het de LDL-deeltjes zelf, waardoor ze sneller oxideren.

4. De Sloop- en Opruimploeg (De beschermer)

  • apo A1 (De tegenkracht): Dit is de enige marker in jouw lijst die de cumulatie van plaque juist tegenwerkt. Apo A1 is het belangrijkste eiwit op HDL-deeltjes (het ‘goede’ cholesterol). Apo A1 stuurt het proces aan van Reverse Cholesterol Transport: het reist naar de vaatwand, trekt het overtollige cholesterol uit de beginnende plaque en transporteert het terug naar de lever om te worden afgebroken.

Het Geheel: Een optelsom van mechanismen

Plaque accumuleert wanneer de instroom en retentie (aangedreven door apoB en Lp(a), gefaciliteerd door triglyceriden en suiker, gevuld met LDL-c) groter is dan de uitstroom en opruiming (aangedreven door apo A1).

In een specifieke situatie, met een lage apoB (0,51 g/L) en grote LDL-deeltjes, is de instroommotor van nature zeer rustig afgesteld, wat de kans op cumulatie sterk verkleint.

Waarom deeltjesaantal belangrijker is dan de hoeveelheid cholesterol

Het traditionele LDL-cholesterol (LDL-C) meet de massa aan cholesterol ín de deeltjes, niet het aantal deeltjes zelf. Dit kan een vertekend beeld geven:

  • Grote LDL-deeltjes: Kunnen veel cholesterol dragen. Je LDL-C test is dan hoog, maar het aantal deeltjes valt mee.
  • Kleine, compacte LDL-deeltjes (sdLDL): Dragen heel weinig cholesterol per deeltje. Je LDL-C test lijkt normaal of laag, maar je hebt wel enorm veel deeltjes in je bloed circuleren.

Het zijn juist de deeltjes zelf die de vaatwand binnendringen en de atherogene opbouw starten. Omdat apoB elk deeltje telt, pikt deze test een verhoogd risico (door veel kleine deeltjes) feilloos op, ook als het reguliere LDL-cholesterol er goed uitzietelk apoB deeltje staat voor exact één atherogeen deeltje. Als je apoB erg laag is (bv 0,51 g/L is een uitstekende, zeer lage waarde), betekent dit simpelweg dat je heel weinig LDL-deeltjes in je bloed hebt circuleren.

Wanneer bv LDL-cholesterol (de totale massa aan vet) met 2,85 mmol/L relatief gezien “hoger” uitvalt, betekent dat de weinige deeltjes die je hebt, enorm groot zijn en propvol cholesterol zitten. Je hebt als het ware een klein aantal grote vrachtwagens op de weg rijden die maximaal beladen zijn, in plaats van een enorme file aan kleine, gevaarlijke bestelbusjes.

Onderstaande internist Dr. Hillary Lin op haar Youtube pagina: Stanford-trained, board-certified internist exploring what medicine and AI can make possible.

the widowmaker LAD or left anterior descending artery

de dokter opent de video met een voorbeeld van een patiënt die ‘goed gedrag” vertoonde (genoeg bewegen/gezond eten) waarbij toch de linker voorste dalende slagader een flinke blokkade vertoonde

de patiënt bleek dus van kinds af aan een cholesterol-dragend eiwit-deeltje genaamd LP(a) deze LP(a)waarden hoog genoeg 24/7 te laten opbouwen dat dit eiwit de LDL

LP(a) is een LDL-achtig lipoproteïnedeeltje met onder meer apoliproteïne B en een extra eiwit apo (a)

hart- en vaatziekten bouwen zich meestal op

over tientallen jaren maar de start is voor velen in deze convenience en enjoy-maatschappij waar tijd soms als een (blijvende) schaarste zich kan manifesteren waardoor meer destructieve voedingskeuzes (die uiteraard super lekker smaken) plaque-opbouw versnelt/verergert. Denk aan kant-en-klaar maaltijden of 1001 heerlijke snacks (koekjes, gebak, snoep, chips etc)

Novartis Pelacarsen esults of its phase 3 Lp(a)HORIZON trial
Begin sept 2026 maakte Novartis bekend dat, hoewel Pelacarsen de spiegels van lipoproteïne(a) [Lp(a)] verlaagde, het onderzoek er niet in slaagde het risico op ernstige cardiovasculaire voorvallen (MACE) te verminderen.

Dr Lin vat samen: Dit jaar, 2026, maakte Novartis bekend dat Horizon zijn zogeheten primaire eindpunt niet heeft gehaald. Deze aankondiging levert weliswaar een (kranten)kop op, maar zonder de details; daarom wil ik dieper op de zaak ingaan.

Horizon nam 8.323 mensen op in de studie die al leden aan hart- en vaatziekten en een Lp(a)-waarde van ten minste 70 mg/dL hadden en een subgroep van >90 mg/DL. Zij kregen maandelijks Pelacarsan of een placebo, bovenop de standaardbehandeling. De belangrijkste toets combineerde vier uitkomsten: A) overlijden door hart- en vaatziekten, B) een niet-dodelijk hartinfarct, C) een niet-dodelijke beroerte en D) een spoedingreep om de bloedtoevoer naar het hart te herstellen waarvoor ziekenhuisopname nodig was. Onderzoekers noemden dit een samengesteld eindpunt, wat betekent dat meerdere ernstige uitkomsten bij elkaar werden opgeteld.

De studie (12-12-2019 / 07-16-2026) slaagde niet voor de belangrijkste statistische toets op werkzaamheid; de beoogde primaire uitkomst bewijst dus niet dat het middel geen enkel gunstig effect had op de afzonderlijke uitkomsten, noch dat het schadelijk was voor de deelnemers.

Uitsluitend assessment via medicatie dat bewezen effecten genereert óf daarbuiten effecten overwegen

De onderzoeksgroepen deden ongeveer hetzelfde en de wetenschappers tekende de verschillende heel precies op. De uitkomsten zouden nieuwsberichten doen veroorzaken dat deze interventie niet het gewenste effect oplevert

In een ander theoretische situatie verwachte uitkomsten zouden leiden naar een breder beeld van mogelijke effecten. In deze situatie zou er meer ruimte overblijven om buiten nauwe kaders overwegingen te maken

Dit Horizon onderzoek zegt dus niets over verkalking van de aortaklep maar berust alleen op de vier eerder genoemde uitkomsten.

neem in gedachten dezelfde persoon van 35 jaar oud en 60 jaar oud

Op 35-jarige leeftijd hoge LP(a) maar geen hart- en vaatziekten. Dan op 60 een hartaanval terwijl de lab-waarden gelijkwaardig zijn. Maar de aderen zijn inmiddels 25 jaar ouder geworden


Wat betekent LP(a)

Lp(a) bestaat uit een LDL-achtig deeltje met eraan vast een apo(a) eiwit. De grootte van dat apo(a) eiwit varieert sterk tussen mensen vanwege een verschillend aantal kringle-repeats. Daarom verschilt ook de massa per deeltje flink.
Ongeveer 20% van de populatie heeft verhoogde waarden LP(a) ongeacht of het bekend is. Gedrag (sporten etc) of voeding (gezond vs processed food) heeft geen invloed op de waarden. Het lijkt op LDL echter met een extra particle eiwit apo-lipoprotein (a) dat voorts apo-b stuwt die op hun beurt geoxideerde fosfolipiden genereren. Bestaande lipiden-verlagende medicatie zoals PCSK9 hebben voornamelijk een verlagende uitkomst om LDL maar weinig op LP(a).

verkalking wegens LP(a)

Recent onderzoek omvatte dat verkalking van de klep die bloed het hart laat verlaten (aortaklep) gelinkt werd aan LP(a). Als deze ruimte verengt dient het hart harder te werken.

Hart- en vaatziekten wegens LP(a) maar hoeveel lager dan?

Verhoogde LP(a) draagt extra bij aan plaque-opbouw in aderen. Pelecarsen is werkzaam in de lever waar apo-lipoprotein (a) wordt aangemaakt en zich bindt aan de mRNA waar het instructies ontvangt.

Wanneer een medicijn als Pelecarsen bestaande LP(a) waarden met 80% zou kunnen verlagen dan zal de refentiewaarde (startpunt) heel belangrijk kunnen zijn; iemand met 100 nmol/L zou naar 20 zakken en een ander met 300 nmol/L naar 60. De wetenschap lijkt nog in het donker te tasten welke ondergrens gebroken zou dienen te worden om voortaan in een veilige non-plaque opbouw periode ons leven voort te zetten en welke uitkomsten een bepaalde lange periode (tientallen jaren) van plaque-opbouw zou hebben tegenover een nieuw medicijn dat LP(a) sterk zou verlagen; de wetenschap tast ook in het duister of (tientallen) jaren opbouw helemaal teniet gedaan zouden kunnen worden.

patiënten in een studiegroep blijven mensen met verschillend gedrag

In elke groep zo ook deze LP(a) groep bevinden zich mensen die wellicht ook andere behandelingen dienen te ondergaan die weer een andere uitwerking teweeg kunnen brengen. Dan is ook binnen elke groep een verschil in motivatie om plichtmatig zich te houden aan voorgestelde kaders. De één zal 100% geen concessies maken terwijl een ander hiermee meer losjes omgaat. Dit beïnvloedt uitkomsten.

De vraag waarom het onderzoek subjecten oftewel mensen wilde integreren die reeds hart- en vaatziekten hadden opgelopen in tegenstelling tot de groep jonge mensen waarbij plaque-opbouw in hart en aderen zich in een beginstadium bevindt is gemakkelijk te beantwoorden; mensen van bv +50 jaar oud die bv via hun zorgverlener inmiddels op de hoogte zijn van hun LP(a) en/of cholesterolwaarden zijn meer gemotiveerd om deel te nemen. Anderzijds een belangrijk punt voor trail recruitment tbv een onderzoek is dat bij jonge mensen een onderzoek bv +15 +20 jaar moet gaan duren teneinde subjecten te blijven volgen om te bezien of nog-niet-gelicenseerde EMA medicatie effectief geslaagd functioneert.

Verlagen van LP(a) waarden wat gebeurt er wel of niet?

Wanneer via medicatie LP(a) waarden zakken vlakt niet de gehele opbouw van mogelijke plaque uit die wellicht tientallen jaren zich heeft kunnen opbouwen. Een legitieme vraag is welk (geschat) percentage risicoverlaging op verdere escalatie van hart- en vaatziekten zich kan manifesteren.

Drie HOE-vragen


  • hoe oud is een persoon wanneer medicatie startte?
  • hoe lang kon het medicijn LP(a) laag houden?
  • hoe lang zou het kunnen duren voordat een klinisch voordeel zich zou openbaren?
    • een medicijn kan via een bloedtest LP(a) waarden al snel zichtbaar laten dalen terwijl dit niet betekent dat plaque-opbouw hiermee ook vermindert
    • het is geen garantie dat enig positief effect op plaque-vermindering zich zal manifesteren … nooit🤷
  • zal behandeling van patiënt A met gematigde verhoogde LP(a) waarden (70-95 nmol/L) eenzelfde uitkomst hebben bij patiënt B met sterke verhoogde waarden (ruim boven 100)
    • Dr Lin meent dat onderzoek duidt dat B met meer risico zal blijven rekening te houden dan A … zie vorige punten
hoe LP(a) wordt aangeboden in meet unit verschilt van elkaar
  • laboratoria kunnen uitslagen vermelden in nmol/L
    • meting focust op concentratie van deeltje
      • een molaire meting geeft meer direct een aantal deeltjes weer
  • óf in mg/dL of g/L
    • meting focust op massa concentratie
      • deze vorm van uitslag lijkt meer volatiel aangezien eenzelfde aantal Lp(a) deeltjes heel verschillende massa’s kunnen reflecteren
  • Aangezien het CVD risico vooral samenhangt mey het aantal Lp(a) deeltjes – en dus niet met de totale massa – wordt de molaire eenheid nmol/L gezien als de betere en beter vergelijkbare maatstaf gezien
de PCSK9 pil in USA goedgekeurd
de FDA heeft deze pil (Lipfendra) goedgekeurd voordat hartonderzoek gerealiseerd wordt
  • Enlicitide verkocht als Lipfendra werd goedgekeurd in juli 2026 ter verlaging van LDL cholesterol
  • het grote onderzoek duurde 24 weken en onderzocht ook veiligheid
  • deze goedkeuring gebeurde op een onvolledig onderzoek en liet geen vermindering van hartaanvallen of beroertes zien
  • Lipfrenda is goedgekeurd om LDL te verlagen; niet om CVD’s te voorkomen
  • Het Amerikaanse etiket bevat geen claim met betrekking tot het verminderen van cardiovasculaire voorvallen. Mocht een dergelijke claim worden verkregen, dan zal deze voortkomen uit CORALreef Outcomes (eind 2029)
EMA heeft de eerste orale PCSK9-remmer (de pil) nog niet officieel goedgekeurd in Europa
naar verwachting zou Lipfrenda medio 2027 in Nederland verkrijgbaar kunnen zijn

Waarvoor wordt Lipfendra (enlicitide) gebruikt?

Lipfendra (enlicitide) is een geneesmiddel op recept dat, in combinatie met een dieet en lichaamsbeweging, wordt gebruikt om het LDL-cholesterol (LDL-C, vaak ‘slecht’ cholesterol genoemd) te verlagen bij volwassenen met hypercholesterolemie, waaronder heterozygote familiaire hypercholesterolemie (HeFH).

Het behoort tot een klasse geneesmiddelen die bekendstaat als PCSK9-remmers. PCSK9 is een eiwit dat bijdraagt ​​aan de afbraak van LDL-receptoren in de lever. Door PCSK9 te blokkeren, zorgt enlicitide ervoor dat er meer LDL-receptoren beschikbaar blijven om LDL-cholesterol uit het bloed te verwijderen.
Wat is er anders aan Lipfendra?

PCSK9-remming op zich is niet nieuw. Er zijn al jaren injecteerbare PCSK9-remmers op de markt.

Wat Lipfendra onderscheidt, is de wijze van toediening. Lipfendra is een nieuw macrocyclisch peptide dat is ontwikkeld om PCSK9 te blokkeren en oraal (via de mond) kan worden ingenomen. Het is de eerste door de FDA goedgekeurde PCSK9-remmer die beschikbaar is als tablet, in plaats van als injectie.

Voor mensen die een aanzienlijke verdere verlaging van hun LDL-cholesterol nodig hebben, maar liever geen regelmatige injecties krijgen, kan dit een belangrijke nieuwe behandelingsoptie zijn.

Wat is er momenteel wél goedgekeurd in Europa?

Het concept van het verlagen van het LDL-cholesterol via de PCSK9-route is al jaren bekend en succesvol in de EU, maar tot nu toe alleen in de vorm van injecties: [1]

  1. Monoklonale antilichamen (Subcutane injecties): Middelen zoals Repatha (evolocumab) en Praluent (alirocumab) zijn al sinds 2015 door de EMA goedgekeurd. Deze moeten patiënten meestal om de twee of vier weken zelf via een prippen toedienen. [1, 2, 3]
  2. siRNA-therapie (Langwerkende injectie): Het middel Inclisiran (Leqvio) werd in 2020 goedgekeurd. Dit remt de aanmaak van het PCSK9-eiwit met behulp van RNA-interferentie en hoeft na de startfase slechts tweemaal per jaar per injectie door een arts te worden toegediend. [1, 2]
  3. Nieuwe injecties: Recent heeft de CHMP (het beoordelingscomité van de EMA) ook een positief advies uitgebracht voor Lyrokaul (lerodalcibep), een maandelijks te injecteren PCSK9-remmer. [1]

Wat maakt de pil uniek?

De komst van Lipfendra (enlicitide) verandert het landschap omdat het een zogenaamde macrocyclische peptide is. Dit is een unieke structuur die stabiel genoeg is om als dagelijkse tablet te worden ingenomen (in plaats van een injectie) en het LDL-cholesterol alsnog met zo’n 56% tot 60% verlaagt. [1, 2, 3]

Zodra de EMA haar definitieve oordeel over deze pil velt, zal het medicijn waarschijnlijk stapsgewijs per Europees land beschikbaar komen, afhankelijk van nationale vergoedingsprocedures.

Waarom krijgt een onvolledig PCSK9 pil onderzoek een stempel van goedkeurong en het Horizon LP(a) onderzoek geen goedkeuring?
omdat LDL meer bewijslast aan de dag legt tot CVD
  • onderzoeken van statines en injecties van PCSK9-remmers antibodies lieten herhaaldelijk zien dat verlaging van LDL hart- en vaatziekten kan verminderen
    • dit gecumuleerde bewijs stelt regelmakers in staat om via LDL-vermindering een surrogaat of substitute eindpunt in te stellen
    • er is veel bewijs in deze klinische setting
      • de Amerikaanse FDA categoriseert LDL cholesterol als een surrogaat dat traditionele goedkeuring ondersteunt

Wat Dr. Hillary Lin haar patiënten meegeeft met hoge LP(a) waarden

  • eenmalig waarden laten meten
  • het is een atherogeen deeltje dat risicoverhogend werkt mbt CVD
  • de LP(a) medicatie-wereld kent (nog) niet eenzelfde bewijslast ter vermindering van CVD’s dat LDL verlagende medicatie wel kent
  • wanneer eenmaal LP(a) gemeten, zou er breder gekeken kunnen/moeten worden naar andere waarden en gedrag en meer zoals
    • LDL cholesterol waarde, bloeddruk, apoB, (pre)diabetes, nier- of andere (CVD)klachten en familiegeschiedenis (alhoewel die laatste vrij lastig is te doorgronden vanwege het esotherische gehalte van LP(a) dat niemand schijnt te kennen en er weinig of geen kennis over het onderwerp is
Zou een persoon met risicovolle Lp(a) waarden zich moeten willen bekommeren om andere waarden gunstig te beïnvloeden
  • jazeker zou het zinvol zijn om de volgende redenen
  • weet dat opbouw van CDV al van kinds af aan gebeurt no matter what
  • weet dat statines niets veranderen aan Lp(a) uitgifte in bloedbaan
  • statines hebben 1 doel LCL-c verlagen
    • blokkeren de productie van cholesterol in de lever (remmen het HMG-CoA-reductase enzym).
  • weet dat een PCSK9-remmer als Praluent (4-wekelijkse injectie) voor 3/10e Lp(a) remt … 7/10e opbouw blijft ongeremd
    • Zorgen dat de lever cholesterol beter kan opruimen uit het bloed (blokkeren het PCSK9-eiwit)
  • zolang er geen Lp(a) remmers – liefst stoppers – op de markt verschijnen blijft Lp(a) elke dag atherogeen
  • de andere factoren die ook atherogeen van aard zijn die wél (niet ongelimiteerd) te sturen zijn:
    • laag of normaal apoB; normale bloeddruk; niet-roker

Dan is er de mate van redelijke onbekendheid bij zorgverleners (huisartsen én specialisten) over Lp(a). De mate van gebrek aan kennis dieper dan eerste oppervlakkige informatie over het onderwerp is best verbijsterend. Burgers/patiënten behandelplannen zijn op het moment van dit artikel schrijven uitsluitend gericht op een andere mogelijke medeplichtige aan het veroorzaken van CVD …LDL-c bij gebrek aan een goedgekeurde medicatie die vooral effectief gericht is op verlagen – liefst heel veel verlagen bij patiënten met hoge waarden – van Lp(a).

Dan staat een burger voor de keuze: “kan ikzelf iets doen om mijn kansen op risicoverlaging op verdere ontwikkeling van CDV te verminderen?” Ja dat is tot op zekere hoogte mogelijk afhanklijk welke schaal van toewijding een persoon in de schaal wenst te leggen om apoB, LDL, bloedsuiker, triglyceriden te verlagen zonder een biochemisch hulpmiddel. De zorgsector redeneert dat statines zinvol zijn bij een risicovol Lp(a) niet bedoeld als causale behandeling voor de Lp(a)-waarde zelf, maar als een noodzakelijk schild om de overige, wel beïnvloedbare cardiovasculaire risicofactoren maximaal te onderdrukken. Oké maar welke rol speelt apoB dan eigenlijk … waarom wordt een apoB test meestal niet aangeboden (wanneer er niet naar gevraagd wordt) en waarom wordt de paarse tijger niet benoemd?

Die paarse tijger of de witte vlekken vertegenwoordigen de stukken informatie die door zorgverleners niet automatisch aangeboden worden (of wellicht 1-op-de-100?) en waar een patiënt dus zelf aan de slag dient te gaan om puzzelstukken informatie te verbinden met een eigen dossier.

Er is nog een lange weg te gaan en helaas zullen er nog vele CVD incidenten gaan plaatsvinden die mogelijkerwijs niet plaats hoeven te vinden wanneer de patiënt goed geïnformeerd was geweest over vooral de witte vlekken (het deel aan informatie die huisarts en specialist nauwelijks geven😵‍💫🤷‍♂️

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *